Over Schubert

‘Van alle grote componisten raakt Schubert me het meest. Het maakte vaak tot tranen toe bewogen. Andere muziek heeft zelden dat effect op mij. Er zit een volksliedachtige eenvoud in Schubert. Zijn muziek bevat nooit te veel elementen. Hij wil geen indruk op je maken of je overweldigen. Hij vertelt je een heel eenvoudig verhaal en nodigt je met heel eenvoudige middelen uit om zijn gedachten te delen.’

Dat zegt wereldberoemd pianist András Schiff over Schubert, in een oudere Zweedse documentaire op YouTube. Schiff staat zeker niet alleen in zijn bewondering voor Schubert: talloze musici, componisten en anderen delen deze. Gál heeft over onder meer de bijzondere emotionele aspecten van Schuberts melodieën onderwerp een heel boek geschreven (zie boeken). Maarten ’t Hart noemt Schubert een componist van de buitencategorie. Schumann was ook een groot bewonderaar van Schubert en je zou zelfs kunnen zeggen dat zijn liederen een directe voortzetting zijn van de laatste Schubert-liederen, dus die uit Schwanengesang.

Maar vergelijk je de liederen van Schubert en Schumann op teksten van dezelfde auteur – Heinrich Heine – dan valt vooral één ding op: Schumann maakt – net als later Brahms – een heel ander gebruik van de piano. Bij die componisten speelt de piano een geheel eigen rol, bijna als een orkest dat een zanger niet begeleid maar muziek speelt waarin de zanger een bijna ondergeschikte rol speelt.

Niet bij Schubert. De piano is heel belangrijk maar hij is als het ware het alter ego van de zanger of zangeres, hij vult aan, onthult onbewuste gedachten, beschrijft de omgeving of de activiteiten. Hij is een echte begeleider in die zin dat hij samen met de zanger(es) een reis maken door een muzikaal landschap en met hem of haar het verhaal van die reis vertelt. De piano vervult een veel bescheidene rol dan bij Schumann. Maar ook de zanger past bescheidenheid bij Schubert.

Wie Schubert zingt als Verdi of Wagner of zelfs Mahler, valt geheel uit de rol. En overal waar de teksten niet heel erg sterk zijn, dwingt Schubert zelfs de tekstdichter een bescheidenere rol op, door zijn teksten aan te passen, te verkorten of te herhalen maar in ieder geval ondergeschikt te maken aan… Ja aan wat of wie? Niet aan Schubert zelf, want Schubert was een bescheiden man. Daarom begint Deutsch zijn boek over Schubert ook met de woorden ‘Schubert dieser bescheidene Mann’. Nee, Schubert deed iets wat in ieder geval tot dat moment heel uitzonderlijk was in de kunst: hij maakt alles ondergeschikt aan wat hij – grotendeels daartoe aangezet door de tekst – wilde zeggen. Of misschien beter nog: moest zeggen. Schuberts scheppingen kwamen voort uit een artistieke roeping. Hij zag zijn functie dan ook heel duidelijk als kunstenaar en hield zich niet of nauwelijks bezig met de financiële en publiciteitsaspecten van zijn vak (daarbij speelde zijn bescheidenheid hem trouwens ook parten).

Gretchen

Onderliggend ging het wel over Schubert, maar dan over zijn gevoelens en die waren in zekere zin weer universeel. Maar als Schubert de bewegingen van een forel vertolkte, de liefde en onrust van Gretchen, de angsten van een kind of het peilloze ongeluk van de protagonist van de Winterreise, was hij op geen enkele manier met zichzelf bezig. Hij was bezig met zijn roeping: het zo goed en mooi mogelijk weergeven van iets dat hem aangereikt werd, door tekstauteurs, door de werkelijkheid zoals in de natuur of zelfs door zijn eigen gevoelens. Daarom gebruikte hij ook zo vaak wat ik omgekeerde onomatopeeën noem: klanknabootsingen van woorden of begrippen. Vaak zijn die heel herkenbaar en concreet: een beekje, maar ook kettingen, honden, tranen, dravende paarden, een spinnenwiel, noem maar op. Niet voor niets wilde Schubert Erlkönig en Gretchen am Spinnrade als opus 1 en 2 uitgegeven zien: die liederen zijn kenmerkend voor Schuberts artistieke programma. Maar vaak en in ieder geval tegelijk zijn de ideeën ook wat abstracter. In Der Zwerg horen we daarom ontelbare keren Beethovens noodlotsmotief uit de vijfde symfonie, in An den Mond D193 horen we de Mondscheinsonate. We horen, minder herkenbaar, eenzaamheid in serie  herhalingen van dezelfde noten, noten die als het ware nergens bij horen, alleen bij zichzelf en op een heel abstract en tegelijk muzikaal concreet niveau zien we dat bij het gebruik van de harmonieën en ritmes.

Het nabootsen van klanken in muziek was niet nieuw. Maar wat wel nieuw was, dat was de rol die het speelde in het gehele scheppingsproces en in de intensiteit en integriteit waarmee deze middelen werd toegepast. Van een stijlmiddel werd het tot iets iets dat niets iets anders imiteerde of kortstondig uitbeeldde, maar wás. Om op Heines Ihr Bild te variëren: de beelden gaan leven. Schubert schreef liederen mét, maar tegelijk zónder woorden. Daarom raakt zijn muziek ons op een manier die heel bijzonder is: hij drukt allerlei begrippen en gevoelens uit, zonder dat het ego van de componist en idealiter van de zanger(es) en de pianist ze in weg staan. Dat is in de kunst én in het leven, zeker in deze tijd van asociale media en persoonsverheerlijking van nitwitten (influencers) iets heel bijzonders.