Enkele opmerkingen van Rudolf Jansen bij de rol
van de pianist/begeleider

Naast zijn solospel heeft Rudolf Jansen zich geleidelijk steeds meer toegelegd op liedbegeleiding en kamermuziek. Concertreizen voeren hem over vrijwel de gehele wereld, waarbij hij kunstenaars van grote reputatie begeleidt.

 

"Er is één ding waardoor zanger en pianist onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn en dat is niet de muziek zelf, het tempo of de frasering, maar de stem van de zanger. Die stem is op zichzelf misschien niet het allerbelangrijkste, maar het is wel een onzekere factor. De stem zit in die zanger, en of hij slaagt, hangt af van zijn of haar conditie, het heeft te maken met het lichaam. Dat is dus heel iets anders dan de piano. Of het nou goed of slecht gaat: dat instrument staat daar gewoon. Maar die stem is door alle mogelijke invloeden van buitenaf te veranderen, door een emotie, door de atmosfeer in de zaal of wat dan ook.
Ook als pianist ben je dus ontzettend bezig met die stem. Als het goed is, passen de zanger en ik ons beiden aan bij de mogelijkheden van de stem op dat moment.
En ik geloof dat je dan een reusachtig saamhorigheidsgevoel krijgt dat het idee van de slippendragersrol, die je als begeleider zou bekleden, ondergraaft."

 

"Er worden, gek genoeg, maar weinig recensies geschreven waarin genuanceerd wordt geoordeeld over begeleiders. Het is vaak in de trant van: de begeleider musiceert betrouwbaar mee, of soms van: had die zanger nou maar een andere begeleider gehad, dan was het misschien wat beter geweest. Ik vind dat eigenlijk niet kunnen, dat de begeleider helemaal de schuld krijgt van het mislukken van de zanger. Je doet het samen, het is nooit zo dat de zanger geniaal is en elk instrumentaal tussenspel een ramp. Je sleept elkaar altijd mee, naar grote hoogten, soms ook de diepten in."

 

"Ik weet niet hoe groot mijn invloed op de interpretatie is, maar je geeft natuurlijk wel impulsen. Natuurlijk probeer je zó te kleuren dat je in staat bent om de man of vrouw in kwestie misschien nog eens een zetje te geven, bijvoorbeeld als het een beetje vlak klinkt, of als het allemaal wat risicoloos overkomt. Je kunt als begeleider wel degelijk stimuleren, soms juist door tegengestelde kleuren aan te brengen. Er is, als het goed is, altijd een interactie tussen zanger en pianist."

 

"Zanger of zangeres, dat luistert ontzettend nauw. Om te beginnen is het gewoon heel anders spelen. Bij een vrouw is vaak het dynamische bereik wat kleiner, waardoor je niet meer tot de uiterste fortes kunt gaan. Om binnen die smallere marges toch genuanceerd te kunnen begeleiden, moet je in het gebied tussen pianissimo en mezzoforte een heleboel kleuren op je palet hebben."